Plein airschilderen vind ik een uitdaging. Het is heel anders dan het werken in het atelier, waar alles zijn plek heeft en je rustig in je eigen tempo kunt werken.

Als je buiten schildert heb je als eerste te maken met verschillende weersomstandigheden. De ene dag waait het hard en moet je alles fixeren, de andere keer vriest het en moet je ervoor zorgen dat de verf goed blijft en niet bevriest. Bij hoge temperaturen in de zomer loop je kans dat de verf te snel droogt. Als ik buiten werk, schilder ik met acryl, snel werken en gewoon met water, dat gaat mij het beste af.

Het vraagt om snelle besluiten en snel werken. En dat heeft een gunstige uitwerking op het resultaat: er zit dynamiek in.

Het werk begint met zoeken naar een goede plek, dan het maken van de schets. Vervolgens komt het schilderen.

Nergens voel ik mij zo vrij als tijdens het schilderen in de natuur: de wind door de haren op een mooi stille plek. Heerlijk!

Ik heb les gehad van Michel van Overbeeke (etsen), Jos Klaver (Hogeschool voor de Kunsten Arnhem) en van Nono Hoekstra (Arnhem). Daarnaast heb ik (1953) vooral veel zelf geschilderd, getekend en geëtst.